Home > FEBIAC-nieuws > Motorrijden duur? FEBIAC bestrijdt vooroordeel

Motorrijden duur? FEBIAC bestrijdt vooroordeel

– weinig kennis over prijzen van motoren en scooters
– gebruikskosten relatief laag
– aantrekkelijke fiscale voordelen

Tijdens het afgelopen Motorsalon in Brussel heeft FEBIAC, de Belgische en Luxemburgse Automobiel- en Tweewielerfederatie, uit contacten met bezoekers geleerd dat een aantal vooroordelen hen ervan weerhoudt om op de motor of scooter te stappen: geen ideale weersomstandigheden, gevaarlijk en ook duur. FEBIAC weerlegt een en ander.

Volgens Stijn Vancuyck, adviseur gemotoriseerde tweewielers bij FEBIAC, leeft bij veel niet-motorrijders een aantal vooroordelen over motor- en scooter rijden. Dat weerhoudt hen ervan om voor de motor of scooter te kiezen, bijvoorbeeld als mobiliteitsoplossing. Het weer in ons land bijvoorbeeld is ‘altijd slecht’, “….maar,” aldus Vancuyck, ”statistieken wijzen uit dat het gemiddeld maar zo’n 7% van de tijd regent of sneeuwt.” Velen vinden motorrijden gevaarlijk, maar ook daar nuanceert Vancuyck met statistieken het beeld: in de periode 2008-2018 zijn er 28% motorrijders bijgekomen, terwijl het aantal ongevallen in die tijdspanne met 24% is afgenomen.
Een ander vooroordeel is dat motorrijden duur zou zijn. Vancuyck: “Tijdens het Motorsalon hadden we daarover gesprekken met bezoekers. Ze keken er van op dat de prijzen van motoren en scooters meevielen. Er is weinig kennis over die prijzen en dat is een rem om met motor- of scooter rijden te starten.”

Gunstig geprijsd
Stijn Vancuyck merkt “…dat veel mensen er automatisch vanuit gaan dat motorfietsen en scooters duur zijn en minstens 10.000 euro kosten.” Een blik op de prijzen van instapmodellen bij de diverse merken leert dat het prijsniveau van nieuwe motoren aanmerkelijk lager ligt. In de categorie 125 cc (waarmee je ook met een rijbewijs B mag rijden) is er een ruim aanbod van motoren en scooters tussen 2.500 en 3.000 euro.
Motoren en scooters van 250 tot 600 cc gaan van 4.000 tot 7.000 euro. Dergelijke gemotoriseerde tweewielers zijn ook wendbaar in stads- en fileverkeer. Bij de zwaardere categorieën (750 cc en meer) zijn er bij de meerderheid van de merken instapmodellen die tussen 8.000 en 9.000 euro liggen. De Europese rijbewijshervorming van 2014 (naar drie categorieën) heeft ervoor gezorgd dat er – voor jongeren van 20 tot 22 jaar – een groter aanbod is gekomen van gunstig geprijsde middenklasse motoren en scooters (300 tot 500 cc) met een beperkt vermogen. Die tweewielers zijn ook voor oudere ‘opstappers’ interessante opties.

Budget
Starten met motor- en scooterrijders betekent overigens wel dat er – anders dan bij de auto – ook gerekend moet worden op uitgaven voor de persoonlijke uitrusting. Het advies van FEBIAC is om daarmee in de budgettering rekening mee te houden. Een basisuitrusting (helm, jas, broek, laarzen en handschoenen) hoeft echter niet direct duur te zijn. Voor een goede 700 euro kun je al water- en winddichte motorkleding en een degelijke helm aankopen. Net als aan autorijden zijn er aan motor- en scooter rijden vaste kosten verbonden, maar de bedragen zijn gunstiger dan bij de auto. Het benzineverbruik van een motor is beperkt: een 125 cc’er doet met 2,5 à 3 liter 100 kilometer, een zwaardere motor of scooter verstookt iets meer dan 4 liter per 100 kilometer. Een BA-verzekering kost zo’n 200 euro en de jaarlijkse verkeersbelasting voor motoren en scooters vanaf 250 cc komt op een goede 60 euro. Voor motoren en scooters tot 250 cc is er trouwens een vrijstelling van de verkeersbelasting.

Fiscale voordelen
Motor- en scooter rijden is ook fiscaal aantrekkelijk als het gaat om woon-werkverplaatsingen en beroepsverplaatsingen. De aanschafkosten zijn ook fiscaal in te brengen. Stijn Vancuyck: “Over het algemeen mag worden aangenomen dat een periode van 5 jaar redelijk is voor de afschrijving van een nieuwe motorfiets die normaal wordt gebruikt en 3 jaar voor een tweedehands voertuig.” Ook motorkleding en ‘lopende kosten’ (brandstof, verkeersbelasting, verzekering, pechverhelpingscontract) zijn in te brengen als bewijsbare beroepskosten. Voor de motorkledij (tot en met thermisch ondergoed) gaat men uit van een afschrijvingstermijn van 3 jaar. Voorwaarden zijn wel dat de beschermende uitrusting aangekocht moet zijn in een motorspeciaalzaak en dat de aankoop met een factuur bewezen kan worden.

Rijbewijs
Ten slotte zien veel mensen het behalen van het specifieke motorrijbewijs als financieel zwaar. Maar die – in principe eenmalige kost – is betrekkelijk. Wie het hele traject naar het rijbewijs A via de rijschool aflegt, betaalt gemiddeld 1.195 euro. Ter vergelijking: het traject voor het rijbewijs B via de rijschool kost gemiddeld meer dan 1.600 euro. Je kunt voor de motor ook een voorlopig rijbewijs (maximum 12 maanden geldig) nemen. Dan is de prijs gemiddeld 878 euro, maar dan moet je al wel over een eigen motor en uitrusting beschikken. “Het voordeel van het volledige traject met de rijschool is dat in die prijs alle kosten zijn opgenomen: de motor, de uitrusting en de begeleiding,” aldus Vancuyck.

Bron: FEBIAC, foto Tatiana Popova/Shutterstock.com.