Home > Bibliotheek > Vision Zero

Vision Zero

Vision Zero, de Zweedse aanpak van verkeersveiligheid.

In 1997 introduceerde het Zweedse parlement “Vision Zero”. Een volledig nieuw verkeersveiligheids-concept, ontwikkeld door enkele Zweedse wetenschappers, met als doel tot een systeem te komen met geen doden of ernstig gewonden in het verkeer. De infrastructuur moet zodanig ontworpen worden dat ongevallen quasi onmogelijk worden. Vision Zero legt de verantwoordelijkheid niet enkel bij de weggebruiker. Ook de overheden, lokaal en internationaal, worden verantwoordelijk gesteld voor de staat van de wegen en het ontwerp van de infrastructuur.

Om dit doel te bereiken zijn er drastische maatregelen nodig zoals o.a. het aanleggen/heraanleggen van de wegen in functie van de veiligheid, de industrie moet de voertuigen veiliger maken en de maximum snelheid in bebouwde gebieden moet worden aangepast  naar 30km/u.

Deze snelheden zijn gebaseerd op de grenzen van de mens en de auto.  Bijvoorbeeld, de menselijke tolerantie van een voetganger ( het onbeschermde menselijke lichaam) aangereden door een auto is ongeveer 30 km/h.  Dus alle oversteekplaatsen dienen gescheiden te worden van het verkeer. Zebrapaden, of zones (of voertuigen), moeten zodanig ontworpen zijn om een snelheid van maximaal 30 km/h te genereren.  Op dezelfde manier kan de inherente veiligheid van auto’s worden verwacht tot een maximum van 70 km/h in frontale botsingen, en 50 km/h in de zijdelingse aanrijdingen. Snelheden boven 100 km/h kunnen worden getolereerd als de infrastructuur is ontworpen om frontale en zijdelingse aanrijdingen te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Uit een eerder onderzoek is gebleken dat het menselijk lichaam een impact kan hebben tot 30km/u met  0,001 % kans op inwendige bloedingen. Bij 31 km/u 0,1 % kans, 32km/u 2% enz.. Bij een botsing tussen bijvoorbeeld een personenauto en fietser of voetganger dalen de overlevingskansen van de laatsten dramatisch naarmate de botssnelheid van de auto toeneemt.

Volgens een overzicht van recente studies (Rosén et al., 2011) overleven bij een botssnelheid van 20 km/uur vrijwel alle voetgangers een botsing met een personenauto; bij een botssnelheid van 40 km/uur overleeft ongeveer 90% van de voetgangers; bij een botssnelheid van 80 km/uur is dat ruim minder dan de helft en bij een botssnelheid van 100 km/uur slechts 10%.

Uit de Maids studie (Motorcycle Accident In Depth Studie) is gebleken dat bij 42km/u de kans van overlijden 75% is. Auto’s daarentegen hebben een kreukelzone en absorberen de impact. Bij 70km/u begint voor de automobilist de dodenzone 0.001%.
Zweden wil echter alleen nog maar zones van 30km en 70km. Inhalen en/of de kans op frontale ongevallen moeten onmogelijk gemaakt worden, 0 verkeersdoden en heeft hiervoor plannen klaar :

  1. Op wegen met 2 baanvakken rails of muurtjes zetten. Dit plan is echter niet uitgevoerd
  2. Mechanische aanpassing in het voertuig m.b.t. gas geven, bv veersysteem plaatsen waardoor gas geven moeilijker wordt
  3. Elektronische aanpassing in het voertuig, waarschuwend belletje wanneer men de toegelaten snelheid niet respecteert of elektronische begrenzer
  4. Via satelliet (Telematica)de snelheid bepalen in de 30km/u zone

Voor motoren echter vormt dit een probleem, zij kunnen nooit volledig veilig gemaakt worden, zij passen niet in het ontwerp telematica en bovendien dient voor motoren de snelheid in bochten stabiel te blijven.
Hieronder een beknopt overzicht ( d.d. juni 1998) met enkele feiten en gevolgen :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tien jaar na de start van Vision Zero, zijn de resultaten indrukwekkend geweest in Noorwegen.
“De nul visie heeft meer de aandacht gevestigd op de verkeersveiligheid, maar het heeft geen significante korte termijn winsten tot dusver opgeleverd,” aldus een staf ingenieur bij de Noorse Public Roads Administration .

Zweden, dat Vision Zero heeft gestart, had nog iets betere resultaten. Zweden heeft een lange traditie in de vaststelling van kwantitatieve verkeersveiligheid doelen. Midden jaren 1990 werd een streefcijfer van 10 jaar vastgesteld op een vermindering van 50% voor 2007.  Deze doelstelling is niet gehaald, de eigenlijke tienjarige daling was 13% tot 471 sterfgevallen.  De doelstelling werd herzien tot 50% in 2020 en 0 doden in 2050.

Anno 2007 heeft de toenmalige minister van Mobiliteit minister Anciaux een ontmoeting gehad met de Zweedse staatssecretaris van Verkeer, Jonas Bjelfvenstam over Vision Zero. Onze minister (zo verklaarde hij ook tijdens het MAG-debat 2007) was sterk onder de indruk van de Zweedse plannen om nul verkeersslachtoffers in het verkeer te hebben. Vision Zero blijft een inspiratie om het beleid verder te zetten, al blijven de cijfers qua verkeersdoden hangen.

Al in 1999 kwam een pakket maatregelen op vlak van infrastructuur, handhaving, snelheidsbeperkingen en sensibilisering. Eén van die infrastructurele maatregelen is het plaatsen van een middenrail op de N44 geweest. Deze middenrail in de vorm van “stalen kabels” heeft reeds zijn nut bewezen. Auto’s worden namelijk terug gekatapulteerd, motorrijders worden doormidden gesneden. MAG heeft zich  zich al jaren verzet tegen het gebruik van cable-barriers, eenvoudigweg omdat ze een niet te onderschatten gevaar vormen voor motorrijders.

Op de Zweedse wegen kan je reeds op zo’n 500 km zulke stalen vangkoorden vinden. De Zweedse Overheid wil in de toekomst meer dan 80% van de grotere wegen van deze stalen koorden voorzien.
Echter in 2011 heeft een studie in Zweden aangetoond dat in sommige landen deze cable barriers vaak gebruikt worden omdat de installatiekosten laag zijn. Nu blijkt uit de doctoraatsthesis van Hawzheen Karim (Universiteit van Stockholm) dat de onderhoudskosten bijzonder hoog zijn. Op termijn dus veel duurder plus levensgevaarlijk : geen enkel argument om dit type vangrail te gebruiken kan verdedigd worden.

Meer info, plus de volledige thesis, vind je hierover terug op de FEMA-website.

Nog een maatregel die de Zweden uitvonden en waar Minister Anciaux wel oren naar had, was een algemene invoering van de zone 30 binnen de bebouwde kom. Ook werden in het licht van een proefproject over een afstand van 40 km verschillende maatregelen genomen. De wegen aan bushaltes werden zo smal gemaakt, dat het verkeer volledig moet stoppen en wachten tot de bus terug vertrekt, rotondes, verhogingen en wegversmallingen werden aangebracht, in combinatie met een serieuze snelheidsbeperking.

Anno 2004 verklaarde de toenmalige minister van Mobiliteit, Bert Anciaux (sp.a) al in de Standaard: “Ook al klinkt het utopisch, we mogen verkeersslachtoffers nooit beschouwen als een onvermijdelijk gevolg van de welvaartsstaat of de economische activiteit.” Anciaux wil met zijn Zweedse collega op Europees niveau ijveren voor het overnemen van het ambitieuze concept. Er staat ons nog wat te wachten…

En inderdaad tientallen jaren later, zien we meer en meer maatregelen in het straatbeeld terug. Maatregelen zoals bv. de 30km zone en maatregelen in het dagdagelijks gebruik van voertuigen zoals bv. parkeersensoren.
De strakke Vision Zero is gestorven maar tegelijk meer levend dan ooit !